De gespletenheid in het huidige politiek, in Amerika niet minder dan in Nederland, berust op die mede door internet veroorzaakte bewustzijnsexplosie enerzijds, en de kracht van de instellingen, de instituties, de machthebbers en de traditie. De meeste politici zwalken hier amechtig tussen heen en weer. Bang als ze zijn de toorn van die geëmancipeerde massa op te wekken, domineren ze niet het parlement waar ze werken, maar de politieke tv-programma’s.
Angst en gebrek aan angst spelen de hoofdrol in een mogelijke verklaring voor de opkomst van zowel Barack Obama als Sarah Palin, als de traditie van de Troonrede en het feit dat Jan-Peter Balkenende na zes jaar nog steeds premier is, en niet Wouter Bos.
Na de Troonrede zullen de oppositionele kamerleden proberen er gehakt van te maken, nu blijkbaar. door De Jeugd als Het Probleem neer te zetten, bijna nog groter dan de georganiseerde misdaad. Zo proberen ze een crisisgevoel te creëren, waardoor zij zelf automatisch belangrijker worden. En na de Troonrede zal internet bol staan van kreten, meningen en oplossingen van alle mogelijke burgers, over alle mogelijke grote of minuscule dingetjes.
Zo is vandaag goed te zien hoezeer de macht van de traditie staat tegenover de ad hoc macht van de individuele burgers, die individueel hun onvrede kunnen uiten of spontaan acties op touw kunnen zetten op internet. De vraag wie er zal winnen, wil ik hier al wel beantwoorden: de traditie, koningin en premier. Waarom?
Internet en ict – sms, phonecam etc - wordt door velen gezien als de voltooiing van de emancipatie van de burger, en deels is dat terecht. De voorbeelden van de afgelopen tien jaar waarin acties uit het niets opdoemden met internet als organisatiemiddel liggen voor het oprapen, nationaal – scholierenprotest bv – en internationaal – flashmobs van Californië tot Wit-Rusland. Ook roemt de Obama-campagne de slimme wijze waarop de aanhangers ‘grass-roots’, d.w.z. ‘net-roots’ de roep om Change tot een volksbeweging heeft gemaakt.
Deels heeft internet inderdaad gezorgd voor een verbreding en versnelling van de mobilisatie van burgers. Sommige hebben succes. Maar ook voor een ‘verdunning’: hoe breder hoe oppervlakkiger en vluchtiger, en hoe sneller de internet-actiegroepen weer uit elkaar vallen. Een van de oorzaken van deze vluchtigheid is het gemak van meedoen aan een internetactie – druk op de knop, klaar. Echte sociale bewegingen moeten het, net als eeuwen her, hebben van het fysieke element – demonstraties, acties, redes uit de mond van menselijke lichamen.
De illusie van internetters en sms-ers is dus dat zij de zaak beklonken achten als zij vanachter hun pc hebben laten weten dat dit of dat, of de hele wereld, niet deugt. Gevolg: grotere frustratie. Ze snappen niet dat het fysieke verzet tegen vermeend onrecht het enige verzet is dat werkelijk imponeert. Dit geldt voor de segregatie doorbrekende acties van M.L. Kings burgerrechtenbeweging, de rubberen bootjes van Greenpeace, de krakers, de boeren die met hun tractors het Binnenhof blokkeren of wat voor spectaculaire actie ook.
De inzet van het eigen lichaam imponeert. Dit geldt voor alle partijen in de maatschappij die zich met politiek bezighouden, de machthebbers, of zij die hier naar streven, en de actievoerders. De overeenkomst is het gebrek aan angst voor de dood. Alleen zij die geen angst voor de dood ten toon spreiden, kunnen charismatische leiders worden, bewonderd, aanbeden door de aanhangers. Dit geldt voor allerlei historische ‘Grote Figuren’ - Alexander de Grote, Napoleon, Hitler, Churchill, Reagan, Thatcher, Fortuyn, Obama - en nu Sarah Palin. De vraag of Obama dezelfde doodsverachtende, religieuze overtuiging en drive heeft als M.L. King betwijfel ik.
Charisma – letterlijk de genade Gods - is in de politieke praktijk een kwestie van geven en nemen. Leiders die al een innerlijk gedreven uitstraling hebben, worden door de aanhangers vergoddelijkt, onsterfelijk gemaakt, en dus in staat geacht de problemen van de gewone mensen, met hun bange levensvragen en problemen te kunnen oplossen.
Internet kan deze toewijzing van bovennatuurlijke gaven versnellen. Wat Obama liet zien, werd in 2004 al door John Dean bewezen, en in Nederland in 2002 door Pim Fortuyn. Zijn ster rees niet alleen door tv, maar vooral ook al die internetsites van fans die razendsnel een onderlinge communicatiegemeenschap vormden, met uitwisseling van brutale soundbites en tv-clips. Internet is voor jongeren, activisten en fans.
Terwijl de Nederlandse politici toen geheel en al vertrouwden op hun institutionele macht (aangewezen door hun partij), gingen ze halsoverkop over om interactief bezig te zijn met al die burgers, waarmee ze – op CDA en SP na – nauwelijks nog enige directe band hebben. En ellebogen zij zich sindsdien op panische wijze een toegang tot opiniepagina’s en talkshows. Daarbij vergeten ze die kerneigenschappen van de echte leider: karakter, visie, wilskracht en gebrek aan doodsangst.
Vandaag zal al het geklaag van politici en het geschetter van bloggende en bellende burgers als slappe propjes afketsen op de muur van de traditie. Koningin Beatrix heeft het bijna twee eeuwen oude instituut van de monarchie achter zich, en een dynastieke familiegeschiedenis van meer dan vier eeuwen. Zij zei voor haar aantreden in 1980 niét populair te willen worden, genegenheid op basis van haar professionaliteit was haar al voldoende. De intimidatie van het instituut monarchie en het verlangen naar onveranderlijke tradities gaan vandaag gepaard met de onverschrokkenheid en vanzelfsprekendheid waarmee de ‘van God gegeven’ monarch ‘het volk’ en de politici tegemoet treedt. Maar het is ook fysieke kracht van de mens Beatrix.
Voor premier Balkenende geldt op andere wijze hetzelfde. Net als Lubbers voor hem, heeft hij zich er nooit onder laten spitten door de honende kritiek in veel media op zijn ‘broekemans’- en ‘Harry Potter’-imago. Of dit komt omdat JP elke avond op zijn knietjes voor zijn bed bidt, is niet bekend. En in tegenstelling tot het instituut monarchie, is in de politiek de machthebber vanzelfsprekend afhankelijk van veel meer factoren, zoals het ontbreken van een succesvolle uitdager. Zeker lijkt mij wel dat het gebrek aan succes van uitdager Wouter Bos onder andere voortkomt uit het feit dat hij angst in zijn ogen heeft, gevolg van zijn karakter misschien maar ook van een gebrek aan eenduidige visie, en ruggengraat.
Wat men ook van haar opvattingen vindt, het fenomeen Sarah Palin bewijst hoe relatief die factor internet is als het gaat om zowel lancering van politici als de importantie van de grass-roots-bewegingen. Toen zij op vrijdagmiddag 29 augustus (Nederlandse tijd, CNN) uit het niets gepresenteerd werd door McCain en haar eerste rede op de nationale tv hield, was mijn reactie ‘Wauw!, dit wordt interessant’. Binnen twee weken bracht zij net zulke grote massa’s op de been als Obama na een jaar. Ook hier is de behoefte (onder de Republikeinen) aan charisma, duidelijkheid en onverschrokkenheid de belangrijkste factor. Naast de fysieke inzet van heel haar lichaam en welbespraakte overtuiging was het de afwezigheid van angst in dat stadion die imponeerde: hier sta ik, ik wil én kan niet anders. Alleen een kogel kan mij verhinderen mijn opdracht te vervullen.
Dit psychologische fenomeen van bewondering voor en verering van de roekeloze profeet geldt in crisistijden zowel in democratieën als (opkomende) dictaturen. Maar in onze representatieve democratie stuit de roep om ‘change’ af op het antieke politieke bestel, waarvan het erfelijke koningschap en de benoemde of toevallig omhoog gedreven bestuurders het symbool zijn. En dit systeem verandert het gevoel van macht van de zich suf communicerende burger binnen no time in een gevoel van onmacht. Met als gevolg wéér meer frustratie, meer heisa, en Grote Problemen die politici plotseling zien die zíj zeggen te zullen oplossen. Maar omdat zij niet gedreven door doodsverachting maar door angst voor het electoraat en van eigen carrière, zullen zij mislukken.
Henri Beunders Hoogleraar geschiedenis van maatschappij, media en cultuur Erasmus Universiteit