Filosoof Paul Cliteur voelt zich bedreigd om zijn verwerping van elk geloof, zoals de islam, en trekt zich terug uit het debat. Komt er een steuncomité voor het vrije woord? Kille columnisten als Jan Blokker geven hem liever een trap na. Waarom? Omdat de eigen heilige mening hard en blind maakt.
Nederland is een land van theologen. Altijd moet er een duivel zijn. Iemand die ‘fout' is. Dat moet de illusie in stand houden zelf in de categorie der engelen te verkeren. Ook als je vandaag precies hetzelfde beweert wat de duivel gisteren verkondigde. Dan is de oplossing simpel: je kiest een nieuwe duivel.
Dit mechanisme mag algemeen menselijk zijn, het is vooral te bespeuren bij linkse intellectuelen en politici die hun brood moeten verdienen met hun ratio, hun mening. Ze hebben namelijk niks anders. Conservatieven, christenen en filosofische sceptici beseffen dat hun eigen intellect onderworpen is aan iets hogers, aan de traditie of aan de veranderlijkheid van de geschiedenis. Dat maakt bescheiden.
Vandaag zeggen wat je vijand gisteren beweerde is zeker niet voorbehouden aan links. De VVD en Cliteur huldigen nu de standpunten van Fortuyn. Er is wel een verschil. Zij geven dat ook ruiterlijk toe. Zo niet diverse columnisten en politici die zich links of vrijzinnig noemen, zoals Piet Grijs en Jan Blokker. Is het uit ontzag voor hun eigen intellect dat zij zelden durven te zeggen: ik heb er nog eens over nagedacht, ik heb me vergist? Dit onvermogen leidt tot een hypocrisie en tot een gedraai van jewelste. Want de wereld verandert toch, en hun standpunten dus ook, alleen mag niemand dat weten.
Sterker, deze behoefte om zelf engel te zijn, en dit ontzag voor de eigen mening, laten ook geen ruimte voor moed of menselijkheid. Nederland heeft hier de afgelopen jaren onthutsende voorbeelden van gezien.
De grote Jan Blokker maakt Cliteur onder het kopje ‘schrijftafelheld' belachelijk als lafaard en mediageile ijdeltuit bovendien: ‘als je jezelf met Pim Fortuyn durft te vergelijken, moet je het wel hoog in je bol hebben'. Geen inhoudelijk weerwoord, geen spoor van empathie, geen spoor van zorg over de vrijheid van het woord in Nederland.
Om Cliteur zo klein mogelijk te krijgen, moet Blokker Fortuyn alsnog groot maken. Dezelfde Fortuyn die hij in 2002 als een gevaarlijke amoebe zag. Piet Grijs zei er geen traan om laten als Cliteur onder de tram kwam. Blokker waarschijnlijk evenmin. De harteloosheid van het duivel-engel-denken toonde hij namelijk na 6 mei 2002. In een VN-interview met Mulisch, Hofland en Blokker (juli '02) zei Mulisch: ‘Toen mijn dochter belde en zei: Fortuyn is neergeschoten, kreeg ik tranen in mijn ogen.' Blokker reageerde verbaasd: ‘Meen je dat?' Hij zei dat ook zijn dochter hem had gebeld en alleen maar zei: Nederland 1. ‘En verdomd, daar lag-ie. In het Mediapark ook nog. (..) Maar het deed mij helemaal niets'.
Hoezeer sommigen zich ook hullen in de mantel van ‘fatsoen', tolerantie en D66-redelijkheid, een uitlating als deze bewijst dat het heilige geloof in het eigen politieke of morele gelijk bekrompen en soms zelfs emotieloos kan maken. Wie aan dit gelijk komt, wordt ontmenselijkt. Daarna is, zoals bekend, de weg vrij voor de haat en de verdelging. Dit primaire mechanisme van good guys versus bad guys, dat alles legitimeert is een puur emotionele reactie. Iets wat de weldenkenden doorgaans alleen het ‘gewone volk' toeschrijven, met zijn gesundes Volksempfinden.
Deze primaire reactie is zo sterk dat Blokker, die natuurlijk Bush haat, zich na de arrestatie van Saddam afvroeg waarom de Amerikanen Saddam, die toch eigenlijk niet meer was dan een Billy the Kid, vernederend de mond hadden opengesperd, Over Saddams slachtoffers geen woord.
Wat bij deze aanwijzing van duivels ook schering en inslag is, is het gebrek aan zelfkritiek of logica. Toen Fortuyn-fans na 6 mei 2002 riepen dat Volkert van der Graaf was beïnvloed door de afschildering in de media van Fortuyn als gevaar - iets wat de verdachte ook toegaf - wezen columnisten en partijen deze ‘haatcampagne' als belachelijk van de hand. Ook GroenLinks. Na het doodschoppen van Anja Joos in oktober 2003 beschuldigde Marijke Vos - nog vóór de toedracht duidelijk was - prins Bernhard direct ervan met zijn eerdere aanbod om de boete te betalen van de Albert Heijn-medewerkers - die volgens de politie te veel geweld hadden gebruikt bij het oppakken van een winkeldief - een klimaat te hebben geschapen dat dit misdrijf had uitgelokt. Kortom, wij opinieleiders zijn nooit aansprakelijk voor onze uitspraken, onze vijanden, zoals prins Bernhard, wel.
Laatste voorbeeld. Heel commentariërend Nederland viel over Balkenende en Donner heen toen zij kritiek uitten op alle tv-satire over de Oranjes. Hadden die twee nooit van de vrijheid van meningsuiting gehoord? Nu de AIVD de opiniëmakers oproept de toon te matigen over de islam, omdat ze anders van jonge moslims al-Quaida-strijders maakt, is er onder dezelfde opinieleiders ineens groot begrip.
Net als bij het stalinisme en bij sektes zijn eigenzinnige vrienden het snelst verdacht. Cliteur behoorde gisteren nog tot de VPRO/Buitenhof-groep van ‘weldenkdende mensen' waartoe ook Grijs en Blokker zich rekenen. Waarom? Omdat hij het christendom bestrijdt. Een held dus. Nu hij ook de islam bestrijdt, is hij ineens een gevaar dat onder de tram moet komen.
Het is deze harteloze kilte die mij in 2002 het meeste schokte. Als Abu Jahjah, met wie ik het niets heb, of Cliteur, met wie ik het ook zelden eens ben, zou worden beschoten om hun uitspraken, zou ik weer rouwen over de nederlaag voor de democratie.
Dat er geen steun komt voor Cliteur getuigt van gebrek aan moed en empathie. Maar ook van het dumpen van hun goeroe uit de Verlichting, Voltaire. Die zei immers tegen een tegenstander: ‘Ik veracht alles wat u zegt, maar ik zal tot mijn laatste snik uw recht te verdedigen om dat te doen'. Nu moedigen columnisten en politici moedigen mensen als Cliteur juist aan om te zwijgen. Dan is men van deze duivel verlost, en kan men op zoek gaan naar een volgende.
Die is al in aantocht. Want hoe zullen zij reageren als minister Donner op de intussen gestelde kamervragen over Cliteur wederom zal antwoorden dat sommige satirici en opinieleiders met hun ad hominem-aanvallen inderdaad de democratie en de vrijheid van het woord uithollen? Het antwoord laat zich raden. Donner is de nieuwe duivel.
Het angstige, bekrompen conformisme begint weer enge trekken te krijgen.
Henri Beunders
Hoogleraar geschiedenis van maatschappij, media en cultuur Erasmus Universiteit Rotterdam