Henribeunders.com
Home Personal Publications Press Contact Media Search
Voor de armen is het te hopen dat Clinton wint

Het kan zijn dat met de verkiezing van Obama tot president een einde zou komen aan een tijdperk van de ‘gevestigde politiek’, met een nieuwe generatie aan het roer. Het zou mooi zijn als dit zo zou uitpakken. De voorverkiezingen in Pennsylvania vandaag worden gezien als het erop of eronder voor zijn tegenkandidaat voor de Democratische nominatie, Hillary Clinton.Gezien de nu al zichtbare schaduwzijden van die zonnige toekomst vol eenheid onder Obama, zeg ik, haar beperkingen erkennend, hup Hillary. Waarom?

 

Niet eens zozeer omdat Clinton een vrouw is, al leert een verblijf in Amerika al snel dat het een echt mannenland is – zeker in de Mid-West - en dat Elton John gelijk had toen hij onlangs tijdens een concert zijn steun voor haar uitsprak én zich zei te verbazen over het klimaat van vrouwenhaat in de VS. Een mannelijke universiteitscollega sneerde direct: ‘Laat die vent terug gaan naar zijn Yellow Brick Road!’. Het arme platteland dus, waarover Elton John ooit zong dat hij dat wilde verlaten.
Misschien nog wel meer dan de vrouwenhaat is het de armoede die veel Obama-fans lijken te haten, en daarmee Hillary Clinton die zegt juist dat te willen bestrijden. Dat is de echte schaduwzijde van al die zo welsprekende redes van Obama over ‘unity’. De kans bestaat dat deze ten koste zal gaan van de minder vermogenden, de ouderen, de ‘blue collar workers’ en de echt armen, of deze nu zwart, bruin of blank zijn.
Dat de Amerikanen ‘love to hate the poor’ is een oude wijsheid. In kringen van de bovenmodale blanken, waar Obama ook zo veel steun geniet,  is die haat opmerkelijk. Je rijdt langs een van al die trailercampen – vuurtjes, oude auto’s, rommel – en de intellectueel naast je zegt minachtend: ‘Kijk, White trash. Hillary people’.
In Nederland mocht afgelopen jaren ook menig klaag-commentator graag smalen over de families Flodder en Tokkies die de cultuur dreigden over te nemen. In Amerika levert de combinatie van liefde voor Obama en het veelvuldige gebruik van de term ‘white trash’ door de bovenmodale blanken het beeld op van een nieuwe alliantie die in de maak is: van een multiculturele eenheid aan de bovenkant met achterlating van allen daaronder die het economisch niet hebben gered.
Obama zei in zijn dappere en mooie rede op 18 maart over het rassenprobleem in Amerika dat sommigen zeggen dat zijn kandidatuur een oefening in positieve discriminatie is, en dat deze alleen berust op het verlangen van de ‘naïeve progressievelingen’ naar ‘raciale verzoening op een koopje’. Gezien de frequentie waarmee ik de term ‘white trash’ hoorde, zou je zeggen dat dit element zeker aanwezig is.
De term zelf is natuurlijk al heel oud. In hun boek ‘White Trash. Race and Class in America’ (1997), schrijven Matt Wray en Annalee Newitz dat de term - gebruikt door de schrijfster van De Negerhut van Oom Tom (1852), Harriet Beecher Stowe - al in de tijden van de slavernij werd gehanteerd als scheldwoord door zowel blanken als zwarten om blanke bedienden mee aan te duiden. De term werd gemeengoed door de sociaal-darwinistische en eugenetische onderzoeken in de decennia rond 1900 die zouden bewijzen dat veel blanke plattelanders genetisch gemankeerd waren. Na de nazi-periode raakte de term enige decennia in diskrediet.
Wat de geschiedenis van het begrip ook is, de huidige behoefte van vele bovenmodale Amerikanen om zich te verzoenen met de – groeiende – zwarte middenklasse is duidelijk merkbaar. Hetzelfde geldt voor de multiculturele studentengemeenschappen, die meestal – gezien de hoogte van de collegegelden - ook niet gerekend kunnen worden tot de armere bevolkingsgroepen.

Als er – 40 jaar na de moord op Martin Luther King – nog altijd behoefte is aan een dergelijke symbolische eenwording via president Obama, dan zou iedereen moeten hopen op zijn uitverkiezing. Maar is zijn half-zwarte huidskleur nog zo bijzonder, nu we al twee opeenvolgende ministers van buitenlandse zaken – Colin Powell en Condoleeza Rice – hebben gehad die ook Afro-Amerikaans zijn?
Zijn het niet andere, onuitgesproken motieven die zo velen doen geloven in Obama? Zoals de behoefte om ‘samen’ de betere, geslaagde, tolerante ‘klasse’ te vormen? Daartoe is een nieuw onderscheid nodig: wij zijn niet zoals die armen en andere hulpbehoevenden, zoals de ‘blue-collar workers’ in de verwoeste steden van de Rust Belt, en de ouderen. CNN-expert John King wees er afgelopen weekeinde op dat Hillary Clinton in Pennsylvania nog wel een kans maakt te winnen. Waarom? Vanwege het ‘afwijkende karakter’ van deze staat: buitensproportioneel veel arbeiders en zestigplussers.
De latente behoefte van veel intellectuele Democraten om via Obama’s half zoniet geheel religieuze kernbegrip van ‘hoop’ eindelijk verlost te worden van hun cynisme en betrekkelijk veilig terug te kunnen keren naar een ‘meaning of life’ speelt zeker ook een rol. Maar in de huidige economische malaise lijkt het verlangen om met Obama zich blijvend tot de geslaagde bevolkingsgroep te kunnen rekenen toch nog groter. Maar daarmee deponeren ze het traditionele spreken in termen van ‘class’ – dat hen altijd onderscheidde van de Republikeinen – ook bij het vuilnisvat. Ten koste van al dat ‘sneue volk’ dat de ontwikkelingen niet heeft kunnen bijbenen. Dat soort mensen kan Obama, zei hij op 6 april, moeilijk bereiken omdat ze ‘verbitterd’ zijn.
Daarom is het te hopen dat Hillary Clinton in de race blijft. En als ze vandaag, of morgen, de race toch verliest kan het geen kwaad te hopen dat Obama haar preciezere economische programma zal overnemen. Zodat ook de verliezers van de American Dream opnieuw de zon in het water kunnen zien schijnen.

Verschenen in Trouw, dinsdag 22 april 2008, p.8.

Comments and feedback
No comments for this article posted yet
To post a comment, fill the form below and press Submit. Comments can also be e-mailed to comments e-mail address
Post comment or feedback

Your name *
E-mail address *
Your comment:
 

Site content and design Copyright © Henribeunders.com